Print deze pagina

In welke keten bevindt u zich?

Zetten app's de systeemontwikkeling op zijn kop?


Het gebruik van app's bevindt zich nog in een pril stadium. In dit artikel gaan Chris Brookhuis en Henk Plessius in op de vraag of grote systemen nieuw kunnen worden gebouwd of worden vervangen op basis van app's.

Zetten app's de systeemontwikkeling op zijn kop?

 

(Gepubliceerd in AG Connect van 17 oktober 2018)

 

Ofschoon er al een halve eeuw computerprogramma’s worden gebouwd, blijkt regelmatig dat we dat proces nog niet helemaal onder de knie hebben. Vertragingen en budgetoverschrijdingen zijn eerder regel dan uitzondering.

Het moet goedkoper, sneller en beter

Aan pogingen om daarin verbetering te brengen ontbreekt het niet. Feitelijk allemaal proces benaderingen. Ze hebben gemeen dat ze de gebruiker eerder en meer in het traject betrekken. En dat de bouw wordt opgesplitst in kleine deeltrajecten waarvan de bouwtijd vooraf taakstellend is bepaald. Timeboxing, agile, scrum en sprints zijn inmiddels modewoorden. In elke beschrijving van een ICT-afdeling komen ze wel een keer langs en er is behoorlijk wat gepubliceerd over deze onderwerpen.

Kunnen app’s daaraan bijdragen?

Maar wat gebeurt er als je een productbenadering voorop stelt? Hoe zit het met het fenomeen app’s dat we sinds de opkomst van de smartphone overal om ons heen zien? Kunnen app’s (ook) een rol spelen bij het beheersbaar en goedkoper maken van de systeembouw? Daar begint het steeds meer op te lijken. 

Eigenschappen en toepassingsmogelijkheden van app’s; een schets

App’s hebben kenmerken die doen vermoeden dat ze een belangrijke rol kunnen spelen bij de vernieuwing en nieuwbouw van systemen. Allereerst passen ze in de trend om (ver)nieuwbouw op te delen in overzichtelijke brokken. Het zijn kleine toepassingen die één of een beperkt aantal samenhangende functies vervullen. Ze worden doorgaans in korte tijd, tegen relatief lage kosten gerealiseerd. 

Die eigenschappen maken het eenvoudiger om systemen te vernieuwen, c.q. nieuw te realiseren. Je pakt een stuk functionaliteit van het oude systeem en bouwt daarvoor een app die op dezelfde gegevenslaag inspeelt. Door functionaliteiten opeenvolgend te vervangen door app’s kan stapsgewijze gemigreerd worden, zonder dat, bijvoorbeeld, documentatiegebrek een dergelijke vernieuwing blokkeert. In de overgangsfase behoeft het bestaande systeem niet te worden aangepast. Dus geen migratieproces en daarmee verbonden operationele risico’s. Het gebruik verlegt zich stap voor stap naar de app’s.

Een andere aanpak is een nieuw te bouwen ‘systeem’ op te delen in hapklare brokken en de bouw daarvan (als percelen) uit te besteden. De bouwers moeten weten welke functie(s) moeten worden gedekt en wat er aan de voorkant van de app in gaat en wat er aan de achterkant uit moet komen. De app is slechts het mechanisme om iets te bewerkstelligen in de gegevenslaag en op zichzelf dus eenvoudig vervangbaar. Daardoor is het mogelijk meerdere partijen opdracht te geven om eenzelfde app te bouwen. Vervolgens kies je de beste of laat je het gebruik simpelweg aan de eindgebruikers. In dat laatste geval dien je een app-store met geverifieerde app’s in te richten. 

Het app-fenomeen kan een drastische verandering betekenen voor de aanbestedingspraktijk.  Vervanging van legacy systemen door functionaliteiten op basis van app’s zal vaak zonder aanbesteding kunnen. De kosten van een doorsnee app liggen ver onder de aanbestedingsnorm. Die omslag kan op termijn leiden tot flinke  besparingen en verkorting van de  ‘time to market’ van de productontwikkeling. In elk geval zal een brede toepassing van app’s de wereld van systeembouwers opschudden. De bouwers van app’s zijn immers vaak kleine bedrijven. 

Een andere interessante eigenschap van app’s is dat ze ervoor kunnen zorgen dat een gebruiker alleen de gegevens te zien krijgt die hij/zij nodig heeft. Heel nuttig uit oogpunt van privacy. 

In ketens gebruiken organisaties vaak dezelfde soort gegevens, maar verschillen de processen. De ene ketenpartner zet een bepaalde stap aan het begin van een proces, de ander aan het eind en een derde slaat hem over. Met afzonderlijke app’s voor de onderscheiden organisaties kan aan die verschillen tegemoet worden gekomen.

Toetsing aan de praktijk

Om er achter te komen hoe ver de invloed van het app-fenomeen al reikt, spraken we met uiteenlopende partijen, waaronder opdrachtgevers, ICT-afdelingen, en app-bouwers. Daarbij moet worden opgemerkt dat onze gesprekspartners vooral uit overheidsland komen. 

Onze hamvraag was/is: Is het mogelijk om een bestaand groot systeem te vervangen op basis van app’s en/of op die manier nieuw te bouwen? Wat zijn dan de verwachte of gebleken voordelen? En wat betekent de app-ontwikkeling voor grote bouwers?

Onze bevindingen

Het algemene beeld is dat de app-ontwikkeling bij veel organisaties nog in het beginstadium verkeert. We zien dat app’s nu nog vooral een middel zijn om verouderde systemen op een gebruiksvriendelijke manier te ontsluiten, dan wel om daar nieuwe functies aan toe te voegen of functies op een nieuw platform ter beschikking te krijgen. Dat gaat sneller en is goedkoper dan de traditionele ontwikkeling en is een werkbaar alternatief voor het compleet opnieuw bouwen van grote systemen uit de tachtiger en negentiger jaren. Zeker als de inzet van app’s gekoppeld wordt aan de inzet van software-robots die onder andere het traditionele overtikken overnemen. 

Het bouwen gebeurt op de moderne manier: degene die met de toepassing moet werken wordt direct betrokken en er wordt “gesprint”. Een bouwer vertelde dat hij nog nooit had meegemaakt dat een app bij oplevering direct zwaar moest worden aangepast. Als reden daarvoor noemde hij dat het bouwen van een app door de beperkte functionaliteit waar deze voor wordt ontwikkeld, veel heeft van prototyping: de gebruiker ziet bijna direct wat er geleverd gaat worden. 

Een doorsnee app kost tussen de 20.000 en 200.000 euro. De meest genoemde ontwikkeltijd is acht weken.

Opmerkelijk is dat de organisaties die we spraken aangeven zelf te ontwikkelen of daar op termijn toe over te willen gaan. Als belangrijkste reden daarvoor wordt flexibiliteit genoemd. Met het in gebruik nemen van een app verandert de werkwijze en ontstaan nieuwe wensen. Het is prettig als je de die direct kunt honoreren. Als bijkomend argument werd genoemd dat het bouwen van een app, dankzij low coding een kwestie is van dingen ‘bij elkaar Lego-en’.

Met de opkomst van app’s verandert ook het beheer en onderhoud. Onder andere. op basis van monitoring van het gebruik van app’s, worden keuzes gemaakt met betrekking tot verwijderen, aanpassen of vervangen van een app. De term “wegwerpsoftware” viel regelmatig. Voor een knopje hier een knopje daar wordt een app nog wel aangepast. In geval van fundamenteler wijzigingswensen wordt een nieuwe versie gemaakt. De IT blijft zo strak verbonden met de bedrijfsprocessen. 

Voor zover de bouw van app’s wordt uitbesteed, gaat de opdracht vaak naar kleinere, nieuwe spelers. Voor de grote traditionele bouwers betekent de overgang naar app’s dat ze niet meer automatisch de partij zijn waartoe een opdrachtgever zich wendt voor nieuwe ontwikkelingen. 

We zijn nog geen opdrachtgever tegengekomen die de ontwikkeling van een app bij meerdere partijen tegelijk uit zet en vervolgens de beste kiest of de gebruiker de keus laat.

Waar men brood ziet in een vervanging van oude systemen op basis van app’s, dan wel een kans ziet voor nieuwbouw op die manier, stelt men dat daarvoor eerst een cultuuromslag nodig is bij de ICT-afdelingen. Daarnaast noemt men als voorwaarde dat er eerst een stabiele gegevenslaag moet zijn waaraan de app’s gekoppeld worden. Het idee is dat er op die manier goedkoper en sneller gebouwd moet kunnen worden; zeker als gebruik gemaakt wordt van low coding. In elk geval lijkt men af te stappen van het idee dat een systeem in één keer gebouwd moet worden. 

Tekenend voor het prille stadium waarin de app-verbreiding zich bevindt is dat de meeste gesprekspartners de impliciete voordelen van de inzet van app’s ten aanzien van het privacy vraagstuk wel onderkennen. En men ook mogelijkheden ziet om met de inzet van app’s de acceptatie van centrale systemen bij ketenpartners te vergroten. Onze gesprekspartners hebben echter zelf nog geen concrete stappen op dat pad gezet.

Eerder in dit stuk gaven we aan dat er weinig is gepubliceerd over app’s. Dat neemt niet weg dat ze nu al deel uit maken van de referentie-architectuur van het Rijk. In het stuk “handreiking mobiele app”: staan nuttige aanbevelingen: https://www.noraonline.nl/images/noraonline/0/01/Handreiking_Mobiele_App_2.0.pdf

Conclusies

App’s worden gaandeweg meer gebruikt voor bouwtrajecten. Momenteel vooral voor het  toevoegen van functionaliteit, het toegankelijker maken en het vervangen van (delen van) oude ‘legacy’ systemen. Dat werkt goedkoper, sneller en veiliger dan het aanpassen van de traditioneel gebouwde systemen.

App’s gaan het bouwlandschap flink opschudden. Ze worden vooral gebouwd door kleine spelers. Het vanzelfsprekend inzetten van de traditionele grote bouwers zal waarschijnlijk  verdwijnen aangezien app’s (ver) onder de aanbestedingsgrens kunnen worden ontwikkeld.

Omdat app’s relatief goedkoop en snel gemaakt kunnen worden, worden ze  vervangen als de behoefte van de business verandert. Die verandering van behoeften kan direct gemeten worden door het gebruik van app’s nauwlettend te monitoren. 

Nieuwbouw van een systeem op basis van app’s was bij de partijen die we spraken (nog) niet aan de orde. Een dergelijke stap zou afhankelijk zijn van de beschikbaarheid van een “stabiele gegevenslaag”.

 Over de schrijvers

drs. Chris Brookhuis en drs. Henk Plessius zijn werkzaam bij Pheidis Consultants. Het beschrevene maakt deel uit van de eerste resultaten van een onderzoek dat met steun van de provincie Utrecht wordt uitgevoerd. Opmerkingen zijn meer dan welkom op office@pheidis.nl.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



Volgende pagina: Over Pheidis